Auditorium of the RUG
Psychosocial care for children and adolescents: functioning of clients and professionals Event

Psychosocial care for children and adolescents: functioning of clients and professionals

Period:
- 12:45
Promotion
Auditorium of the RUG Broerstraat 5, Groningen

This dissertation is about psychosocial care for children and adolescents. We investigated the experiences of recently graduated social workers who work in residential youth care and how youth professionals in Aruba experience their collaboration. Furthermore, we investigated the outcomes of psychosocial care for children and adolescents after three years.

Our research shows that recently graduated youth care workers working in residential youth care would have liked more practical training, especially in dealing with serious problem behaviour such as aggression. Besides, the youth care workers reported to struggle with the way in which psychosocial care for children and adolescents is organised.

Regarding the outcomes of psychosocial care, we found that, overall, children and adolescents with psychosocial problems who received care had improved outcomes at follow-up. However, increased provision of care does not automatically lead to reduction of problems, and although overall psychosocial problems are reduced, a substantial subgroup had longer lasting problems.

We then investigated how adolescents themselves felt how they function in four life domains three years after the start of psychosocial care, namely: at school, in friendships, home life and in leisure activities. Adolescents who received care showed improved functioning in all domains. What is new here is that the functioning of adolescents apparently improves more than their problems decrease. This is a hopeful message because it indicates that psychosocial care helps them to deal with their problems.

PhD student

V. (Vera) Verhage

Promotors

prof. dr. S.A. Reijneveld; prof. dr. H.W.E. Grietens

  • Uit het onderzoek blijkt dat recent afgestudeerde jeugdhulpwerkers die werkzaam zijn in de residentiële jeugdhulp meer praktische training hadden willen krijgen in hun opleiding, vooral in het omgaan met ernstig probleemgedrag zoals agressie. Verder kwam naar voren dat deze jeugdhulpwerkers worstelen met de manier waarop de jeugdhulp is georganiseerd. Wat betreft uitkomsten van de jeugdhulp heeft Verhage gevonden dat psychosociale problemen van kinderen en adolescenten in het algemeen afnamen drie jaar na de start van de hulp. Intensievere of langer durende hulp leidde echter niet tot vermindering van de problemen en hoewel in het algemeen de psychosociale problemen afnamen was er ook een subgroep bij wie de problemen aanhielden.

    Vervolgens heeft ze onderzocht hoe jongeren zelf vinden dat ze functioneren op vier levensgebieden drie jaar na de start van de jeugdhulp, namelijk: op school, met vrienden, in het gezin en qua vrijetijdsbesteding. Het bleek dat jongeren die jeugdhulp hebben ontvangen beter waren gaan functioneren op alle vier levensgebieden. Nieuw is hier dat het functioneren van jeugdigen meer lijkt te verbeteren dan dat hun problemen afnemen. Dat is een hoopvolle boodschap: ze leren blijkbaar door jeugdhulp beter om te gaan met hun problemen.

    Curriculum Vitae

    Vera Verhage (1984) studeerde Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna was zij onder andere werkzaam als docent/onderzoeker bij de Hanzehogeschool. Haar promotieonderzoek vond plaats bij de afdeling Gezondheidswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Daarna zal zij werkzaam zijn als onderzoeker bij Toegepast GezondheidsOnderzoek en coördinator van de Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid in het UMCG. De titel van haar proefschrift luidt: Psychosocial care for children and adolescents: functioning of clients and professionals.

    Promotoren

    prof. dr. S.A. Reijneveld; prof. dr. H.W.E. Grietens