Auditorium of the RUG
Prehabilitation in major abdominal surgery Event

Prehabilitation in major abdominal surgery

Period:
- 16:15
Promotion
Auditorium of the RUG Broerstraat 5, Groningen

With the aging of the population, the incidence of abdominal tumours is also increasing. Surgery is an important treatment modality for such tumours. However, surgery is still associated with 20-30% risk of perioperative complications. This is due to several reasons. The patient's condition is an important risk factor for the development of complications. The preoperative optimisation of the patient's condition, in preparation for treatment, is called prehabilitation. There is increasing interest in prehabilitation, although it is not yet standard care. This is partly because there are still some remaining questions such as: what is the optimal training program, for whom prehabilitation is (most) suitable or necessary and whether it is cost effective. This manuscript describes studies that address these issues. One study shows that preoperative partially supervised home training has high effectiveness in improving aerobic fitness, in patients scheduled for liver or pancreas surgery for cancer. In addition to physical fitness, however, a prehabilitation program must also address other "modifiable" risk factors such as malnutrition, anaemia (due to iron deficiency), frailty, substance use (smoking/alcohol), and impaired psychological resilience (anxiety/stress). Another study shows that a prehabilitation program targeting these six factors is also estimated to have financial benefits in patients undergoing pancreatic surgery. Prehabilitation gives the most benefit in high-risk patients. Therefore, it is important to make an adequate risk stratification for each patient. Furthermore, this thesis discusses muscle loss after surgery. To improve postoperative outcomes in major abdominal surgery, muscle loss after surgery should be prevented.

PhD student

L. (Laura) van Wijk

Promotors

prof. dr. J.M. Klaase

  • Door de vergrijzing van de bevolking komen artsen steeds vaker patiënten met buiktumoren tegen. Deze vorm van kanker wordt vaak behandeld met een operatie, maar in 20 tot 30 procent van de operaties treden er complicaties op. Om dit percentage te verbeteren kijken artsen naar manieren om de conditie van de patiënt te verbeteren voor de operatie plaatsvindt. Dit noemen we prehabilitatie, maar het is nog geen standaardzorg. In dit proefschrift onderzocht Van Wijk welke vorm van prehabilitatie het meeste effect heeft, welke doelgroep hier van kan profiteren en hoe kosteneffectief deze behandeling is.

    Van Wijk vond onder andere dat thuis-training die deels onder supervisie staat heel effectief is in het verbeteren van de fitheid bij patiënten die een operatie moeten ondergaan vanwege een lever- of alvleeskliertumor. Het is echter wel belangrijk dat het prehabilitatieprogramma ook andere risicofactoren aanpakt zoals ondervoeding, bloedarmoede, kwetsbaarheid, gebruik van middelen zoals alcohol of sigaretten en een verminderde psychische weerbaarheid. Een programma dat zich op al deze zes factoren biedt volgens het onderzoek ook financiële voordelen, in ieder geval bij patiënten met een alvleeskliertumor. Prehabilitatie geeft volgens Van Wijk het meeste resultaat bij hoog-risico patiënten, en daarom is het van belang om bij elke patiënt een goede risico-inschatting te maken. 

    Curriculum Vitae

    Laura van Wijk (1990) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze deed haar promotieonderzoek bij het SHARE instituut van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Inmiddels is ze werkzaam als AIOS chirurgie bij de Treant Zorggroep. De titel van haar proefschrift luidt: “Prehabilitation in major abdominal surgery - Risk stratification and optimising perioperative care.”

    Promotoren

    prof. dr. J.M. Klaase