Aula of the RUG
Opportunities for improving anticoagulation care Event

Opportunities for improving anticoagulation care

Period:
- 14:30
Promotion
Aula of the RUG Broerstraat 5, Groningen

In this thesis, we tried to find opportunities for improving anticoagulation care. Both older (VKAs) and newer (DOACs) anticoagulants have been addressed. Several determinants in VKA treatment could identify risk subgroups and predict adverse clinical outcomes. These determinants were mostly linked to the quality of anticoagulation. Clinical findings such as a minor bleeding as a risk indicator for a major bleeding independent of the quality of VKA anticoagulation, may also be of significance to DOAC care.

Anticoagulation, regardless of the anticoagulant used, is a risky, but also a sometimes burdensome treatment. However, in contrast to the belief of some physicians we found that VKA treatment was well tolerated by AF patients in real life. We tried to find some factors associated with DOAC treatment-related quality of life. Especially better information at the start of anticoagulant treatment and providing contact information might be achievable measures for the improvement of anticoagulation-related quality of life.

We also made a proposal for a new and optimal organization of anticoagulation care. An essential part is an annual ‘anticoagulation weighing consultation’, for every anticoagulated patient. In addition to balancing the risks and benefits of the anticoagulation treatment, education and information should be addressed in this consultation. 

The implementation of this renewed organization may lead to better safety and quality of life for anticoagulated patients. By more regional cooperation in anticoagulation care, as proposed, the opportunities for clinical research will be increased. In due course, these opportunities may lead to improved anticoagulation care.

Promotor

Prof. Dr .K. Meijer

 

  • Bloedstolling is van levensbelang, omdat het ervoor zorgt dat bloedingen in ons lichaam worden gestelpt. Bij sommige patiënten moet deze stolling echter worden beperkt, bijvoorbeeld omdat ze last hebben van een longembolie of een herseninfarct en stolling de ziekte kan verergeren. Dit kan met zogenoemde antistollingsmiddelen. Het is dan belangrijk om deze behandeling goed te monitoren en te zorgen dat patiënten hun medicijnen goed blijven slikken. In dit proefschrift onderzocht Piersma-Wichers daarom manieren om de behandeling met antistollingsmiddelen te verbeteren.
    Tijdens het onderzoek naar de traditionele antistollingsmiddelen, VKA’s, vond Piersma-Wichers verschillende kenmerken die de uitkomst van de patiënt konden voorspellen en risicogroepen konden identificeren. Enkele van deze kenmerken bleken ook aanwezig bij de groep patiënten die behandeld wordt met nieuwere medicijnen, DOAC’s. Met deze informatie is het wellicht mogelijk om een meer individuele behandeling te ontwerpen voor bepaalde patiënten.
    Piersma-Wichers bekeek ook in hoeverre de patiënten last ondervonden van de behandeling. Tegen de verwachting in bleken oudere patiënten die VKA’s slikten de behandeling niet zo belastend te vinden. Voor patiënten die DOAC’s slikten en last hadden van boezemfibrilleren vonden de onderzoekers wel enkele verbeterpunten, zoals de informatie bij de start van de behandeling en een contactpersoon voor als er iets mis gaat.
    Met deze informatie heeft Piersma-Wichers een voorstel gedaan voor het anders organiseren van de antistollingszorg. Met deze aanpak kan de zorg effectiever en veiliger gemaakt worden, vooral als alle betrokken partners samenwerken.

    Curriculum Vitae

    Margriet Piersma-Wichers (1953) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze deed haar promotieonderzoek bij het GUIDE instituut van het Universitair Medisch Centrum Groningen. De titel van haar proefschrift luidt: “Opportunities for improving anticoagulation care”.

    Promotor

    Prof. Dr .K. Meijer