Aula of the RUG
Cutaneous squamous cell carcinoma of the head and neck Event

Cutaneous squamous cell carcinoma of the head and neck

Period:
- 11:00
Promotion
Aula of the RUG Broerstraat 5, Groningen

The incidence of cutaneous squamous cell carcinoma of the head and neck (cSCCHN) is rising, especially in the elderly population. In this thesis we assessed different aspects of diagnosis and treatment of cSCCHN. We found that a staging system using the cumulative number of risk factors is more accurate for predicting poor outcome. Age was not found to be an independent risk factor for disease progression, but risk factors were age-specific. We observed more deviation from the treatment guideline in frail patients, and a small impact of diagnosis and treatment of cSCCHN on quality of life. Most regular treatment options can also be used with good results in the elderly population. However, a watchful waiting policy can be considered instead of extensive treatment, depending on the expected morbidity and patient preferences. Results on lymph node metastasis showed that only tumor location was associated with the pattern of metastasis. Therefore, tumor location could be used to limit the extent of the neck dissection, especially in elderly or frail patients. In the case of incomplete excision of cSCCHN, re-excision is the gold standard treatment. Postoperative radiotherapy is a good treatment option if re-excision is not preferable. Systemic treatment with programmed death receptor 1 (PD-1) inhibitors has been approved for patients with advanced cSCCHN. If eligibility criteria of the registration study are applied, only 43.5% of patients with advanced cSCCHN in our cohort would be eligible. However, if only absolute exclusion criteria (based on literature and clinical experience) are applied, 94.2% would be eligible for treatment with PD-1 inhibitors.

Promotor

Prof. Dr. B. Horvath

Dutch summary

De afgelopen jaren stijgt het aantal mensen dat plaveiselcelcarcinoom, een kwaadaardige vorm van huidkanker, heeft in het hoofd/halsgebied. Vooral bij ouderen komt deze vorm van kanker steeds vaker voor. In dit proefschrift onderzocht Leus verschillende aspecten van deze kankersoort, om de diagnose en behandeling verder te kunnen verbeteren.
Leus vergeleek voor de diagnose twee stadiëringssystemen die gebruik maakten van cumulatieve risicofactoren, en dit bleken bleek goede voorspellers voor een slechte uitkomst. Leeftijd was hierbij geen directe risicofactor, maar de promovendus identificeerde wel verschillende leeftijdsspecifieke risicofactoren voor ouderen en jongeren. De meeste behandelingen voor plaveiselcelcarcinoom konden met goede resultaten gebruikt worden, ook bij de oudere populatie.
Om te bepalen welke behandeling bij welke patiënt past, bekeek Leus naast leeftijd ook factoren zoals kwetsbaarheid en levensverwachting. Deze factoren lijken belangrijk in de houding en verwachting van de patiënt, en kunnen dus worden meegenomen in het behandelbesluit. Ook zag Leus dat opnieuw opereren meestal de beste optie was voor patiënten bij wie de eerste operatie onvolledig bleek. Patiënten waarbij dit niet haalbaar is zouden volgens Leus ook behandeld kunnen worden met radiotherapie.
In een analyse van uitzaaiingen van plaveiselcelcarcinoom vond Leus dat de locatie van de tumor gerelateerd kon worden aan het patroon van uitzaaiing. Deze informatie kan dus gebruikt worden tijdens het verwijderen van de uitzaaiingen, om te zorgen dat de chirurg een zo klein mogelijk gebied weg kan halen. Tot slot zouden zogenoemde PD-1 remmers volgens Leus ook een goede behandeling zijn voor patiënten met een vergevorderd stadium van de ziekte.

Curriculum Vitae

Alet Leus (1989) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze deed haar promotieonderzoek bij de afdeling Dermatologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Inmiddels is ze werkzaam als AIOS dermatologie bij het UMCG. De titel van haar proefschrift luidt: “Cutaneous squamous cell carcinoma of the head and neck - The road to a tailored approach.”

Promotor

Prof. Dr. B. Horvath